Dag 5: Lossen van het speelgoed
We staan, net als gisteren, om 7.30 uur op. Bij het ontbijt deze keer geen vettigheid, maar een puntbroodje met voor een deel chocoladedeeg, prima te eten. Na het ontbijt rijden we bij Marika langs. Het hek zit nog dicht en Jan neemt de telefoon ook niet op. We lopen om het hek heen en schudden Jan uit het gastenverblijf.
We drinken in de zon nog een bakkie koffie en overleggen nog even over de papieren. Tijdens het doorlopen van de koffie zie ik een emmer en een kraan. Perfect, nu kan ik eindelijk al die dode vliegen van de voorruit van de bus wassen. Dit gaat onverwacht soepel binnen een paar minuten ben ik klaar. Kunnen we eindelijk weer zien wat er voor ons gebeurt.
Het plan met de papieren blijft gelijk, we vragen de burgemeester van Ópályi te tekenen. Tegen 10.00 uur vertrekken we richting Ópályi. Voordat we daar heen gaan tanken we nog even diesel bij een adresje. Dit adresje in aan een hobbelig zandweggetje. De diesel kost daar ongeveer de helft van wat deze aan de pomp kost. Hierbij zien we ook twee mensen met een tuinbouwtrekkertje een boomgaard met fruitbomen spuiten. Het valt ons op dat deze mannen er geen moeite hebben om in de spuitnevel te gaan staan, lijkt ons niet zo slim.

Je ziet ze niet zo veel meer maar een paar keer per dag komen we er wel een tegen
Je ziet ze niet zo veel meer maar een paar keer per dag komen we er wel een tegen

Zodra we de burgemeester zien legt Gerben uit wat er aan de hand is en vraagt of hij wil tekenen. Dit is geen enkel probleem en binnen enkele minuten heeft de burgemeester de diverse formulieren van een handtekening en een stempel voorzien.
Vervolgens neemt hij ons mee naar de school. Daar is een voetbaltoernooi aan de gang tussen zes scholen uit onder andere Ópályi, Nyíregyháza en Nyírbátor. Dat is wel een aardig gezicht. Opvallend is dat er ook minstens drie ambtenaren van de provincie zijn om te kijken of alles goed gaat. Verder lopen de scheidsrechters in officiële uniformen. Het geheel ziet er redelijk verzorgt uit, al zien we geen kinderen op voetbalschoenen. Het net achter het doel komt niet hoger dan de eerste verdieping en dat heeft zijn gevolgen. De tweede verdieping van de school telt in het totale vijf gebroken ruiten.

Na een paar minuten heeft de burgemeester het, en wij ook, wel gezien en gaan we wat drinken bij de directeur van de school. Het zit mee, deze keer hoeven we niet aan de drank en krijgen we een fris watertje. Als we het water ophebben gaan we de vrachtwagen lossen. Dit is vrij snel gebeurd. Alles gaat via een raam in een kamer. Er zijn veel mensen die helpen dus hebben Gellius en ik de mogelijkheid op uitgebreid foto's te maken en wat met de video te filmen. Als de bus ongeveer half leeg is vraagt Gerben nog een keer aan de burgemeester of het hem helder is dat we ook spullen voor anderen bij ons hebben. Dat wist hij. We laten het laatste derde deel zitten voor het kindertehuis in Kisléta.

foto, alleen zichtbaar met javascript aan


Omdat we hier ook blijven lunchen en dat nog even duurt gaan we eerst nog even een watertje drinken bij de directeur van de school. Het is echter veel te mooi weer om binnen te zitten dus gaan we nog even bij het voetbal kijken. Daar komt de burgemeester op het idee om ons de plaatselijke rivier te laten zien. We lopen naar de weg waar ook nog een pleintje is met een totempaal ter ere van het 1100 jarig bestaan van Ópályi en een monument voor de slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog. Voor een belangrijk deel zigeuners die in de concentratiekampen overleden zijn.
Terwijl wij wachten haalt de burgemeester zijn auto, een Fort Escort, die er op het eerste gezicht beter uitziet dan hij in werkelijkheid is. We gaan naar de rivier wat we ook wat zien van de dijken die het waterreservoir vormen voor het overloopgebied. In de verte zien we koeien lopen van de plaatselijke landbouwschool.

Terug bij de school krijgen we lunch. Deze keer heeft men echt zijn best gedaan. De soep is prima en daarna krijgen we koolbladeren met iets van nasi erin. Dit laatste is ook heel aardig, maar niet iets wat ik thuis zou maken. Na de lunch gaan we weer wat drinken. Deze keer is het echter geen water, maar komt de pálinka op tafel. We wijzen Gellius aan als chauffeur zodat hij vrij blijft van de drank waar hij echt geen zin in heeft. Naast de pálinka krijgen we ook nog een half liter blik bier. We zijn daar echter nog maar net aan begonnen en er komen weer andere mensen binnen. Dat biedt ons de mogelijkheid om te nokken. Een voordeel van bier in blik is dat je het niet persé allemaal hoeft op te drinken. In de auto van de burgemeester vertrekken we naar de straat waar de plaatselijke zigeuners wonen.

De zigeuners van Ópályi wonen in twee straten aan de rand van het dorp. Wanneer je over de hoofdweg door het dorp rijdt zie je niets van de omstandigheden waaronder deze mensen wonen. In Ópályi wonen ongeveer 3.300 mensen waarvan ongeveer eenderde zigeuner is. Zij wonen in een stuk of 60 huizen aan de Nyíl Ucta en een zijstraat daarvan.
De burgemeester parkeert zijn auto aan de weg waar de Nyíl Ucta op uit komt. Daar wachten we op twee leiders van de lokale zigeunergemeenschap en met hen lopen we de Nyíl Ucta op en neer.
Het is onvoorstelbaar wat we daar zien. De mensen leven daar in huisjes waar we in Nederland onze dieren nog niet in willen houden. Dankzij het mooie weer is het op dit moment nog enigszins te doen, maar Gerben was hier in december ook en toen was het rond het vriespunt, lag er sneeuw en was het zand een grote modderpoel.
Hoe verder we lopen hoe meer mensen er op ons afkomen. Er wordt behoorlijk wat geschreeuwd en dan met al die mensen om je heen ben je wel blij dat je ook een paar leiders van de gemeenschap bij je hebt die de gemoederen soms een beetje sussen. Met name de burgemeester krijgt naar ons gevoel zo nu en dan de volle laag als er weer eens iemand tegen hem begint te schreeuwen. Hij pakt dit echter bijzonder rustig op.
Ondertussen probeert Gerben hier en daar een praatje te maken en maken Gellius en ik foto's en filmen we wat met onze videocamera's. Als ik de dop van mijn fotolens verliest zit die binnen een seconde bij een van de kinderen in de zak. Gelukkig zie ik dit nog net en krijgt ik hem nog net terug.
Van het gesprek tussen de zigeuners en de burgemeester verstaat Gerben ook niet veel. Wel komt een oud vrouwtje dat eerst de burgemeester heeft uitgescholden even later terug met een lange metalen paal. Ze wordt gelukkig tegengehouden door een andere vrouw en verdwijnt onder lichte dwang van anderen weer naar de achtergrond.

foto, alleen zichtbaar met javascript aan


Een zigeunervrouw
De burgemeester vertelt ons dat hij deze mensen graag wil helpen. Hij probeert van alles, maar heeft maar beperkte middelen. Hij hoopt op subsidie vanuit Budapest en sinds 1 mei ook vanuit Brussel. Het is inderdaad niet voorstelbaar dat er in de EU mensen zijn die in lemen huisjes wonen.
Aan de andere kant heeft de burgemeester ook een aantal minder fraai verhalen over de zigeuners. Zo vinden ze het geen probleem om ook elkaar af te zetten als de een wel stroom heeft en de ander niet. We zien ook een lemen hutje op een veel grotere fundering. Dit is geen gevolg van dat men eerst een fundering heeft gelegd en daarna geen geld meer had voor het huis. Het huis heeft er wel gestaan, maar is gesloopt om het materiaal te verkopen. Ik heb veel bewondering voor de burgemeester die zich ondanks deze verhalen blijft inzetten voor deze gemeenschap.

Na al deze verhalen en indrukken gaan we weer richting de school. Hierbij stoppen we nog even bij het gemeenschapshuis / kerkje van de zigeuners. Dit gebouw is drie jaar oud en ziet er nog perfect uit. Ook is er een douche waar de zigeuners zich kunnen douchen. Tevens zijn er wat muziekinstrumenten ter ondersteuning van de zondagse kerkdienst. Dan zitten ze met ongeveer 100 mensen in dit gebouw.
Voordat we weer bij de school zijn gaan we nog even langs bij een vriend van de burgemeester, een houtbewerker. Deze man heeft ook het monument ten gelegenheid van het 1.100 jarige bestaan van Ópályi gemaakt. We kijken wat rond en ja hoor, ondanks dat we het eigenlijk niet willen krijgen we wat mee. Maar als hij zegt dat het voor onze vrouwen is nemen we het toch maar mee.
Ergens na 14.00 uur zijn we weer op school. Deze keer krijgen we gelukkig gewoon water te drinken. Maar ook hier komen we niet weg zonder een cadeautje in ontvangst te nemen. We krijgen alle drie een tas met daarin een fles pálinka, een fles olie, en een grote pot jam. Nadat we de spullen aangenomen hebben en iedereen bedankt te hebben gaan we weg op weg naar Kisléta.

Tegen 15.00 uur komen we aan bij het kindertehuis van Kisléta. Het is nog even afwachten of men ons verwacht. Gerben heeft wel een paar e-mailtjes en een fax gestuurd, maar heeft daar geen antwoord op gekregen. Maar alles is goed en binnen een paar minuten staan we met de bus voor de deur van het tehuis. We lossen eerst de spullen. Hiervoor gebruiken we de zijdeur en wat blijkt, die heeft nooit op slot gezeten. Hebben we toch mazzel dat er de afgelopen dagen niets gestolen is.
Bij het lossen worden we geholpen door diverse kinderen. Zij zijn erg enthousiast. Zoals vaker doet Gerben ook deze keer het werk en proberen Gellius en ik wat leuke plaatjes te maken, of dat lukt zullen we thuis zien.
De spullen worden ergens in een hal gezet. Als de bus leeg is maakt een van de begeleidsters een paar dozen open, de kinderen reageren bijzonder uitgelaten.
Wij gaan met de directrice naar haar kamer waar we wat te drinken krijgen, onder andere pálinka en een alcoholvrij biertje voor onze "chauffeur" Gellius. We praten wat en als we het drinken op hebben krijgen we een rondleiding door het tehuis. Tevens krijgen we allemaal een fles drinken in handen gedrukt als dank voor de gebrachte spullen.

foto, alleen zichtbaar met javascript aan


Het tehuis in Kisléta is een tehuis voor geestelijk gehandicapte kinderen. Het ziet er een stuk verzorgder uit dan het tehuis in Nyírbátor waar wij slapen. Aan de centrale gangen zitten kamers waar vijf tot acht kinderen wonen. Per kamer is een verzorgster aanwezig. De kinderen zijn naar leeftijd en ernst van de handicap ingedeeld. Het meest aangrijpend zijn de kamers met kinderen die helemaal niets kunnen en alleen maar in hun bedje liggen. Dit zijn overigens wel kamer die men vrolijk heeft ingericht en gezien de hoeveelheid knuffels etc aan de muur heeft men niet zo veel meer nodig. Volgens Gerben was dit in februari nog een stuk minder. Het is dus aannemelijk dat veel van de spullen die we zien spullen zijn die in februari zijn gebracht.
In het tehuis zitten in het totaal 211 kinderen. De kamers van de grootste kinderen bevinden zich op de begane grond en hebben ook een deur naar buiten. Deze deur komt dan uit in een per kamer met hekken afgezet speeltuintje. Hierdoor kunnen de kinderen bij mooi weer, zoals vandaag, makkelijk en zonder veel toezicht buiten spelen.

Na de rondleiding vertrekken we weer. In de bus praten we nog wat na over wat we gezien hebben. We zijn het snel eens dat dit tehuis niet veel speelgoed meer nodig heeft. Aan de andere kant vinden wij het geen probleem als het speelgoed eventueel terecht komt bij gezonde broertjes en zusjes van deze kinderen. Ook wanneer de leiding een deel van het speelgoed verkoopt en dat geld vervolgens weer in het tehuis stopt vinden wij dat de spullen goed zijn terecht gekomen.
Om iets over 17.00 uur zijn we weer thuis. Gerben brengt de laatste doos met spullen bij Ida, een doos met 15 rekendozen speciaal voor de school die zich in dit kindertehuis bevindt. Verder moet Gerben nog wat zaken regelen voor het kind dat deze zomer bij hem in Nederland op vakantie komt. ik type wat aan dit verslag en we bekijken op de laptop de foto's die Gerben met zijn elektronische camera heeft gemaakt. Het valt ons nu pas op dat heel veel van de zigeunervrouwen op blote voeten lopen.

Om 19.00 uur gaan we eten. Vandaag pasta met een klein beetje gehakt en een fles ketchup. Na het eten gaan Gerben en ik nog wat drinken bij Marika en Jan. Gellius blijft thuis, hij is moe. Voordat we vertrekken maakt Gerben nog een praatje met de onderhoudsmonteur. Afgelopen februari heeft Gerben namelijk een nieuwe warmwaterpomp meegenomen en hij vraagt zich af of die al gemonteerd is. Dit blijkt niet zo te zijn. Om de pomp te kunnen monteren moeten er een aantal leidingen aangepast worden en dat kost rond de € 1.000. Dat geld is er op dit moment niet. Verder is er nog een ander probleem. Zodra de nieuwe pomp geïnstalleerd is beschikt iedereen in het tehuis over voldoende warm water. Het is te verwachten dat het gebruik van warm water op dat moment zal toenemen, en daarmee de kosten.
Om iets over 23.00 uur zijn we weer terug, Gellius slaapt dan al. We drinken nog wat en om 0.20 uur gaan we naar bed.