Dag 11: Bezoek aan de Hukou Falls, zwerftocht door de bergen richting Houma
Vandaag zijn we lekker vroeg, om 7.30 uur op. Na een ontbijt op onze hotelkamer checken we uit, we krijgen 210 RMB terug. Om 9.00 uur zitten we in de auto richting de Hukou Falls. Eerst rijden we een stuk terug over de snelweg die we eergisteren ook hadden.
Na een klein uurtje verlaten we bij Fuxian (富县) de snelweg en nemen we de provinciale weg nummer 309. In Yichuan (宜川) stoppen we even om te tanken. De 309 is een heerlijk rustige weg (dit blijkt later een oorzaak te hebben) en loopt door een erg mooie omgeving, bergen, riviertje, etc. Allemaal erg leuk.

De schitterende weg richting de Hukou Falls
De schitterende weg richting de Hukou Falls

Even voor 12.00 uur bereiken we de Gele Rivier (Huáng Hé / 黄河) en een paar minuten later de parkeerplaats bij de Hukou Falls (Húkǒu Pùbù / 壶口瀑布). De Hukou Falls schijnen de grootste watervallen in de Gele Rivier te zijn.
Op de parkeerplaats worden we aangesproken door een Deen. Hij is met zijn vrouw en zoon(tje) met een bus naar de waterval gekomen en wil (net als wij) richting Pingyao (Píngyáo / 平遥) maar schijnt gedoe te hebben met de chauffeur en geen bus of iets dergelijks te kunnen krijgen. Wij vinden het een beetje raar, volgens ons kan het vinden van een bus of een taxi hier toch niet zo'n probleem zijn. Maar oké, als jullie met z'n drieën op de achterbank willen, vinden wij dat prima. Als we zelf gedoe hebben vinden we het ook prettig als er mensen zijn die ons helpen.

Zie je hierboven (ook na lang wachten) geen filmpje ? Installeer dan QuickTime door hier te klikken.
Vervolgens gaan we bij de watervallen kijken, waar we in het totaal bijna anderhalf uur rondhangen. Ondertussen lunchen we en genieten we van het geweld van het water. De Hukou Falls zijn zonder meer de moeite van de reis waard. Ook al omdat de reis geen straf is.
De waterval zelf is eigenlijk een beetje raar. Op deze plaats heeft de Gele Rivier een brede rivierbedding. En dan ineens blijkt er in de rotsbodem een zacht stuk te zijn geweest waardoor er een geul van 10 tot 20 meter breed is uitgesleten die een meter of 40 diep blijkt te zijn. Wat er nu gebeurt is dat al het water dat door die brede rivierbedding loopt naar beneden valt in deze smalle geul in. Dit geeft een bijzonder geinig effect.

Tegen 13.30 uur stappen we met onze drie lifters in de auto om verder te rijden. Als we na een paar honderd meter bij de brug over de Gele Rivier komen wordt ineens heel veel duidelijk. De brug wordt vervangen, de oude is al gesloopt en de nieuwe nog (lang) niet klaar. Vandaar dat het zo rustig was op de heenweg en onze Deen geen bus richting Pingyao kon vinden. Lekker, wat nu ? !
De Chinese vrouw van de Deen weet ons te vertellen dat de dichtstbijzijnde brug naar het zuiden is. We bekijken onze kaart en inderdaad, er zijn twee opties, naar het zuiden, hemelsbreed ongeveer 50 kilometer en over de weg ongeveer twee keer zo ver. Of naar het noorden wat minstens twee keer zo ver is. In beide gevallen moeten we over kleine wegen waardoor zelfs terug naar de snelweg en dan via Yanan richting Taiyuan een optie is. We besluiten voor de zuidelijke route te kiezen.

Terug in Yichuan gaan we nu linksaf de 214 op en een stuk later weer linksaf de 304 op. Afgezien van het feit dat de weg soms wel erg klein wordt en we ons afvragen of we goed rijden (wat we dus wel doen), is dit een erg mooie route. De wegen zijn echte bergwegen waarbij de bergen in de eerste helft behoorlijk begroeid zijn. Op dit moment staan de bomen in herfstkleuren wat een erg mooi gezicht is. De tweede helft zijn de bergen wat kaler en het landschap daarmee wat ruiger, ook erg aardig.
De weg is verder prima. Met uitzondering van een aantal bochten waar geen asfalt ligt maar we over een enorm hobbelige rotsbodem (of iets dergelijks) rijden. Gelukkig blijven onze banden heel en zo hebben de vering en de schokbrekers ook wat te doen.
In het totaal rijden we over drie of vier bergtoppen waarbij de laatste het spectaculairst is. Daar rijden we namelijk een paar kilometer over een richel waardoor je aan beide kanten van de weg een afgrond hebt. En ook op deze richel blijken dorpjes te zijn.

Als dit je uitzicht is, is een stukje omrijden niet erg
Als dit je uitzicht is, is een stukje omrijden niet erg

Na deze richel, we zitten dan inmiddels ruim 2,5 uur in de auto, wordt alles anders. We komen in een mijnbouwgebied zoals wij nog nooit gezien hebben. Er komen steeds meer vrachtwagen op de weg. Het zicht wordt minder. Het wegdek wordt slechter. Het absolute hoogtepunt (of juist diepte punt) is een dorpje een stukje voor we de 108 bereiken. Dit dorpje ligt in een dal en hier staan grote installaties en er is een overslagplaats waar kolen in treinwagons worden geladen.
Alles is hier zwart. Het zicht is beperkt. Overal rijden vrachtwagen die dikke rookpluimen uitstoten. En toch wonen en werken hier ook mensen. Wij zouden hier nog geen nacht willen slapen, zo slecht moet de lucht hier zijn. Nee, vergeleken met dit dorp moet Peking echt heel erg schone lucht hebben.
De weg zit inmiddels vol met gaten, het is soms stoffige en dan weer blubberig. De vrachtwagenchauffeurs proberen om de gaten heen te rijden waardoor het verkeer een grote chaos is waarbij het regelmatig voorkomt dat tegenliggers elkaar rechts in plaats van links passeren.
De puinhoop is zo groot dat het niet eens in ons opkomt om een paar keer te stoppen en foto's te maken. Gelukkig vraagt onze Deen een keer of hij foto's mag maken waardoor we zelf nu ook wat foto's hebben.

Een beeld van de weg door het mijnbouwdorpje waar we doorkomen. Dit is overigens een doorgaande weg en zeker niet het slechtste stuk dat we zien.
Een beeld van de weg door het mijnbouwdorpje waar we doorkomen. Dit is overigens een doorgaande weg en zeker niet het slechtste stuk dat we zien.

Zelden waren we zo opgelucht als we een brug zagen
Zelden waren we zo opgelucht als we een brug zagen
Als we even ten oosten van Hancheng (韩城) de 108 bereiken wordt het allemaal iets, maar niet veel, beter. Er heerst dan ook een gevoel van opluchting in de auto als we om 17.10 uur eindelijk de Gele Rvier oversteken. Dit is "maar" 3,5 uur later dan verwacht en we zitten nu ook nog een stuk zuidelijker dan gepland.
Maar we zijn de rivier over en we durven nu weer iets van een planning voor de rest van de dag te maken. Eigenlijk hadden we nog een klooster in de buurt van Linfen (Línfēn / 临汾) willen bekijken, maar dat is allang geen optie meer. Onze gasten willen graag naar Pingyao en zij kunnen daar voor ons goedkoop een kamer in de oude stad regelen. Zelf willen best (graag) nog een nachtje in Pingyao slapen. Dus besluiten we dat Pingyao ons doel wordt (blijft).
Maar ja, Pingyao is nog wel een eind rijden. Eerst moeten we nog een paar uur rijden voor we bij de snelweg richting Pingyao zijn en het begint al donker te worden. Verder moeten we nog een keer tanken en wat eten is ook wel handig.
Dus wordt het een bezoek aan Houma (侯马) waar we even na 19.00 uur aankomen. Het is inmiddels helemaal donker. Een benzinepomp hebben we snel gevonden. Een restaurant is een stuk lastiger. Na een klein rondje komen we terecht bij de CBC, de Chinese versie van de KFC.

Tegen 20.30 uur zitten we weer in de auto en twee uur (en 210 kilometer) later zijn we bij ons hotel in Pingyao. Dit hotel (vlak bij de Bell Tower) is wat minder authentiek dan wat we een week geleden hadden, maar is verder prima. Vooral ook omdat wij hier voor 160 RMB mogen slapen.
Wel is er nog wat gedoe met het parkeren van de auto. Eerst moet Jacob met een meisje naar de parkeerplaats een stukje verderop. Daar blijkt de auto toch niet te kunnen staan en moet Jacob wachten totdat er een mannetje komt. Hij stapt in en Jacob mag vervolgens draaien en de 300 meter naar het hotel terug rijden. Daar moet hij de auto tegen de stoep parkeren, 10 centimeter van de plaats waar de auto een half uur geleden stond. Het mannetje zal de rest van de nacht op onze auto passen.
Wij vinden het allemaal prima en willen vooral naar bed, wat we dan ook doen. Voordat we in bed liggen weet men ons nog te vertellen dat onze auto morgen voor 9.30 uur weg moet zijn want dan gaan de hekken van het voetgangersgebied, waar we binnen staan, dicht.