Januari 2008, vast in de sneeuw in Zuid China
Voor de verandering heeft Gabrielle deze keer een verhaal geschreven over haar werk en haar bezoek aan Zhangjiajie in januari 2008. Inmiddels weten dat de ellende met de sneeuw in Zuid China nog een aantal weken zou duren.

Intro

Een van de vele leuke aspecten van het wonen en werken in China is het feit dat je veel van China kunt zien. Zeker wanneer je in een sector als de landbouw werkt heb je regelmatig de gelegenheid om het land in en op te gaan.
Zo hebben we (de afdeling Landbouw van de Nederlandse Ambassade in Peking) sinds 2004 een Sino-Dutch training and demonstration centre in Zhangjiajie (Hunan). Omdat ik het project sinds mijn aankomst in China begeleid, staat Zhangjiajie zeker twee keer per jaar op mijn reisschema. Zo heb ik de stad de afgelopen drie jaar zien veranderen van een slapende provinciestad tot een bloeiend toeristencentrum.

Het nabijgelegen natuurpark met karstgebergte een must see is voor de Zuid Koreanen (een Zuid Koreaanse premier bezocht Zhangjiajie en verzuchtte dat iedereen dit toch zou moeten zien voordat hij/zij sterft). Hierdoor vliegen er hele jaar ieder dag vliegtuigen vol met Koreanen rechtstreeks van Peking naar Zhangjiajie. Daarnaast zijn de nieuwe snelweg naar de provinciehoofdstad Changsha en de nieuwe rechtstreekse treinverbinding met Peking aanleiding om in sneltreinvaart nieuwe hotels, wegen restaurants te bouwen en te openen.
Zo leiden mijn gastheren mij bij elk bezoek langs de nieuwste aanwinsten in/voor Zhangjiajie. Feit blijft dat ondanks deze ontwikkelingen de sfeer in de stad en het omliggende platteland weinig verandert omdat de meeste mensen, veelal afkomstig uit een van de minderheden, bezig zijn met leven en overleven. Dikke auto's en toeristenbussen delen de weg met ezelkarretjes met groenten en veel citrusfruit en vooral heel veel gezinnen die te voet van A naar B gaan.

Dag 1, de eerste poging om in Zhangjiajie te komen

Deze keer ga ik twee dagen 14 en 15 januari naar Zhangjiajie. Mijn collega uit Shanghai komt ook om mij ter plekke te ondersteunen, te tolken. Dus stap ik op maandag alleen in het vliegtuig van Peking naar Zhangjiajie. Ondanks het feit dat het laagseizoen is, zijn er dit keer ook weer twee grote groepen Zuid Koreanen aanwezig, die ik altijd vergelijk met Mickey en Minny Mouse omdat zij zich veel meer uitgesproken kleden en gedragen dan hun Chinese medemensen.
De vlucht naar Zhangjiajie duurt normaal een kleine 3 uur maar na het eten merk ik al dat het vliegtuig begint te dalen en veel lawaai maakt (ik denk dat er kerosine is geloost). Een kleine vijf minuten voor de landing wordt er omgeroepen dat het vliegveld in Zhangjiajie dicht is vanwege sneeuw en dat we landen in Wuhan. Nadat we geland zijn blijkt dat het niet alleen in Zhangjiajie flink sneeuwt, terwijl het in Peking kurkdroog en sneeuwvrij is.

Al snel horen we dat we het vliegtuig uitmoeten en dat we in de vertrekhal meer informatie krijgen. Ik kom in een overvolle wachtruimte aan, waar de ene annulering na de andere wordt omgeroepen. Mijn Koreaanse vrienden zijn net zo hulpeloos als ik, zij spreken en verstaan ook geen Chinees. Het is inmiddels negen uur s'avonds (ik had al een half uur in Zhangjiajie moeten zijn).
Mijn collega uit Shanghai vertelt me over de telefoon dat zijn vliegtuig is omgedraaid en teruggevlogen naar Shanghai. Hij weet te vertellen dat het flink raak is en dat we er niet op hoeven te rekenen dat we vandaag nog onze eindbestemming zullen bereiken en dat het erg onzeker is morgen of dat morgen wel gaat lukken. Vervolgens belt hij de mensen in Zhangjiajie om ze over onze vertraging te informeren en ze naar huis te sturen.
Hij probeert voor de dag erna de vlucht naar Zhangjiajie te boeken maar dit lukt niet omdat deze al is volgeboekt. Daarop besluiten wij dat hij lekker naar huis gaat en dat ik probeer naar Peking terug te vliegen. Dit is helaas niet zo gemakkelijk omdat de reizigers wel uit het vliegtuig zijn gelaten maar de bagage er nog in zit.

Een Chinese sneeuwpop
Een Chinese sneeuwpop

Na een uurtje begint er een vrouwtje met een megafoon iets om te roepen over mijn vlucht. Echter, niet alleen is de kwaliteit van het geluid erg slecht maar ook roept ze het nieuws alleen in het Chinees om. De reisleider van de Koreanen praat even met haar en vervolgens pakt het hele reisgezelschap alle spullen bij elkaar en beginnen ze te lopen. Ik loop maar met ze mee, door de poortjes van de veiligheidsinspectie heen naar de grote hal voor het vliegveld. Buiten rijden twee grote bussen voor instappen. Tijdens het instappen krijg ik een kaartje in de hand gedrukt met daarop een nummer. In de bus is het gelukkig een stuk warmer dan op het vliegveld wat ertoe leidt dat de raampjes al snel lekker beslaan en de temperatuur aardig oploopt.

Van een vorig bezoek aan Wuhan weet ik dat de stad normaal gesproken op zo'n 40 minuten rijden van het vliegveld ligt maar vandaag rijden we vanwege de sneeuw stapvoets. Het lijkt erop dat ik onverwacht een nachtje ga slapen in Wuhan en bereid me voor op een griebelig Chinees hotel waar ik een kamer moet delen met nog drie andere medereizigers (is immers goedkoper).

Na een uur komt de bus tot stilstand voor een hotel dat er nog niet zo heel slecht uitziet en iedereen loopt naar binnen. Daar staan de mensen van de hotelreceptie al klaar om de kamers te verdelen. Iedereen gedraagt zich redelijk beschaafd waardoor het kamers uitdelen rustig verloopt. Inderdaad vertrekken meerdere mensen met één kamersleutel en eigenlijk heb ik daar helemaal geen zin in. Een onverwacht nachtje in een vreemd hotel zonder ook maar een pyjama of andere persoonlijke kleding is tot daar aan toe maar een beetje privacy en geen snurkende kamergenoten zou ik wel erg lekker vinden.

Maar gelukkig hebben de mensen achter de balie ook wel door waar zo'n westerling als ik (ja, ik was weer de enige blanke) niet op zit te wachten en ze bieden me voor het schrikbarende bedrag van 100 RMB (iets minder dan 10 euro) een kamer voor mijzelf aan. Doen! En zo kom ik rond 24.00 uur in een redelijk warm appartement terecht met een klein keukentje en bankjes.
Ik kruip snel onder de wol onder mijn dubbelgeslagen dekbed met mijn trui nog aan. Het is echter totaal onduidelijk hoe laat we morgen weer verder zullen vliegen. Het laatste wat ik heb kunnen opvangen is iets van rond 11.00 uur. Ik besluit ik dat ik rond 7.00 uur in de lobby wil zijn om te kijken of we inderdaad gaan vertrokken.

Dag 2, Terug naar Peking of toch naar Zhangjiajie

Na een wat onwennige nacht, een snelle douche en het aantrekken van de enige kleren die ik heb, ben ik om 7.00 uur beneden in de lobby van het hotel. Daar zitten de twee Koreaanse reisgroepen ook al te wachten. Gelukkig had ik besloten om mijn jas aan te trekken want de temperatuur in de lobby is rond het vriespunt.
Buiten ligt er een flink pak sneeuw en zijn de mensen in de straat druk aan het sneeuwschuiven met bezems en scheppen. Fietsers glibberen over de weg, net als de voetgangers. Tot een uur of negen wacht iedereen geduldig. Dan regelt de reisleider van de Koreanen een ontbijt in de ontbijtzaal van het hotel en kan ik ook met mijn van Air China ontvangen kaartje met nummer gebruik maken van het ontbijt. En ik moet zeggen, dat ontbijt is boven verwachting. Niet alleen is de kachel aan in de ontbijtzaal, ik kan me ook tegoed doen aan geroosterde boterhammen (en geen eens van zoet brood) en echte Nescafe koffie (oké, met suiker en melk al toegevoegd maar wel uit een echte koffieautomaat).

Rond 10.00 uur installeer ik me weer in de lobby. Nu is daar ook de kachel aangezet en met veel lawaai komt er op enkele plekken in de grote hal hete lucht uit het plafond. Ik installeer me met mijn stoel direct onder een van de blazers om zo toch iets van warmte te voelen voordat deze door de hal omhoog trekt. Het is bibberen, helaas zitten mijn lange onderbroek en een extra paar sokken in het vliegtuig, anders zouden ze zeker meteen aangaan. Ondertussen probeer ik nog wat te werken.
Rond 13.00 uur is er ineens beweging in de hal. Er komt een bus voorrijden. Deze komt de bemanning van ons vliegtuig ophalen waaruit ik afleid dat de kans groot is dat we vandaag toch nog gaan vliegen. Tot die tijd is er geen enkele mededeling geweest over wat er gaat gebeuren. Ik laat het gelaten over me heen komen, het is net als bij de NS.

Wanneer ik mijn koffer had gehad zou ik al lang met een taxi naar het vliegveld zijn gegaan om een vlucht naar Peking te boeken. Maar zonder mijn bagage besluit ik dat ik beter bij de groep kan blijven. Rond 15.00 uur komen er twee bussen voorrijden waar wij in mogen en die al snel beginnen te rijden. Op het vliegveld aangekomen is het echter totaal onduidelijk hoe nu verder te handelen. We worden een beetje van het kastje naar de muur gestuurd, in dit geval van de ene naar de andere incheckbalie. Na wat omtrekkende bewegingen vinden we dan eindelijk een balie die onze kaartjes met nummers inneemt en een nieuwe handgeschreven instapkaart uitreikt.
Inmiddels hebben enkele Chinezen uit onze groep zich over mij ontfermt en pikken mij al snel uit de massa om mij de juiste incheckbalie aan te wijzen. Het is een drukte van belang, we zijn niet de enige gestrande reizigers.
Na het inchecken bij de balie probeer ik nog wat geld te pinnen maar dat lukt niet. Na de security check is het mij even totaal onduidelijk welke wachtruimte ik moet hebben voor het boarden. Het nummer dat op mijn instapkaart staat bestaat niet. Maar nog voordat ik een monitor heb gevonden waar alle vertrekkende vluchten opstaan, staat dezelfde Chinese reisgenoot alweer aan mijn arm te trekken en begeleid me naar de juiste ruimte. Toch gemakkelijk hoor dat je zo herkenbaar bent in een grote menigte mensen!

Al snel mogen we in een bus stappen om naar het vliegtuig te gaan. Echter er zijn nog een aantal leden van onze Koreaanse reisgroepen kwijt, dus dat betekent dat we nog een kwartier staan te blauwbekken in een bus met open deuren totdat het hele reisgezelschap in één bus is gepropt. Inmiddels zijn de gezichten van mijn medereizigers redelijk bekend voor me geworden en als we in het vliegtuig weer allemaal op onze plek zitten, zit het hele vliegtuig weer vol. En ja hoor, we vliegen naar Zhangjiajie waar we een half uur na vertrek uit Wuhan al landen.

Het vliegveld van Zhangjiajie
Het vliegveld van Zhangjiajie

Op het vliegveld van Zhangjiajie staan mijn gastheren driftig zwaaiend op mij te wachten. We hebben een Chinees die in Zhangjiajie werkt voor GTZ (een Duitse ontwikkelingsorganisatie van overheidswege) kunnen regelen die voor mij zal tolken. Het is een geschikte kerel en tijdens mijn verblijf wisselen we projectervaringen uit en hij geeft aan dat dit zeer waardevol voor hem is. Van hem hoor ik zijn ervaringen in Zhangjiajie en kom tot de conclusie dat ons project toch best een aantal belangrijke zaken in de regio in gang heeft gezet die straks hopelijk worden gebruikt in een groot project van de Wereldbank dat in deze regio moet gaan draaien.

Het doel van mijn bezoek is het houden van een afsluitende vergadering over de resultaten van het project dat eind september 2007 is afgesloten. Het blijkt dat de mensen van het provinciale bureau dat het project namens het Chinese ministerie van landbouw heeft uitgevoerd niet naar Zhangjiajie zijn gekomen omdat niet alleen alle vluchten vanuit Changsha zijn geannuleerd maar ook de autosnelwegen zijn afgesloten. Dit laatste gebeurt regelmatig in geval van mist of zware neerslag en ik denk niet geheel onverstandig, kijkende naar de beperkte rijvaardigheid van de gemiddelde Chinese automobilist.
De mensen van de tweede projectlocatie, gelegen in Pheonix city, zijn na een rit van zeven uur door de bergen veilig aangekomen in Zhangjiajie. Hoe dit moet zijn geweest kan ik pas later bevatten nadat ik zelf richting de bergen ben geweest.

In het dal, waar Zhangjiajie ligt, is de overlast van de sneeuw beperkt. Het is alleen enorm koud. In het hotel verkleed ik me en trek ik snel mijn lange onderbroek aan. Niet geheel onverstandig omdat het hebben van verwarming geen gemeengoed is in deze streek die bekend staat om de thee-, citrus- en rijstproductie.
Het avondeten gebruiken we in een lokaal restaurant waar we met de jas aan eten. We zitten op de voor de streek typische lage stoeltjes, schuiven onze benen onder tafel waar het aangenaam warm is omdat onder de tafel een gat zit met daarin gloeiende steenkolen. Om de warmte onder tafel te houden, ligt er een dik kleed over de tafel waarvan we de randen over onze knieën trekken. De sfeer is zoals altijd opperbest en het is fijn om weer de bekende gezichten te zien. Het eten is heerlijk en ook de baijiu draagt bij aan onze innerlijke verwarming. Iedereen is moe van de dag die zoveel anders verliep dan gepland en ik ga al snel terug naar onze verwarmde hotelkamer waar ik onder twee dikke dekbedden heerlijk slaap.

Dag 3, toch nog succes

Eigenlijk had ik gisteren, de dag van aankomst, al weer terug zullen vliegen naar Peking. Maar zonder problemen heb ik mijn vlucht naar vandaag kunnen verzetten zodat we vandaag de uitgestelde vergadering hebben. De vergadering is deze keer zeer open en ik hoor de ervaringen van de managers van de twee projectlocaties.
Ik heb het gevoel dat het feit dat de provinciale vertegenwoordigers niet aanwezig zijn, leidt tot een betere en meer informatieve discussies over zaken die goed maar ook over zaken die niet goed zijn gegaan. Het geeft in ieder geval een realistischer en positief eindbeeld van de bereikte resultaten dan het rapport dat ik uit Changsha heb ontvangen. Nu maar hopen dat ze de bereikte resultaten de volgende jaren verder kunnen gebruiken.
In ieder geval hebben nu 900 boerengezinnen een kleine biogasinstallatie gekregen waarin ze restmaterialen van hun groenteproductie en de mest van de paar varkens die ze hebben vergisten en waarvan ze kunnen koken en licht hebben.
Onze vergadering vind plaats in het trainingscentrum dat voor het project is gebouwd. De zaal is aangenaam verwarmd zodat ik al snel mijn jas kan uitdoen. Een kleine sanitaire stop betekent echter via een gang met open ramen naar het toilet waar de ramen ook van geopend zijn. Kijkend uit het raam zie ik dat van de meeste omliggende huizen de ramen ook open staan, toch een heel andere benadering van de kou dan de gemiddelde Hollander zou doen. Ook zie ik nog mensen rustig buiten op straat zitten met grote dekens om hun heen. Het leven gaat gewoon door.

In de middag ga ik met de projectauto en chauffeur op stap naar het nationaal natuurpark van Zhangjiajie. Daar ben ik al diverse malen geweest maar ik wil het nu ook graag met sneeuw zien. Ook mijn tolk en één van de projectmanagers gaan mee zodat we informeel alles nog eens kunnen doorpraten.
Onderweg komen we langs enkele projectlocaties, zoals de demonstratieboomgaard met druiven en perziken. Alles ligt onder een dik pak sneeuw. Ook zie ik veel bevroren rijstvelden, een absurd gezicht. De hoofdweg is prima begaanbaar omdat deze is schoongeschoven, dan wel met de hand is geveegd. Maar omdat er een brug in reparatie is moeten we via de oude route door de bergen naar de entree van het park. Al snel is de weg niet langer schoon en rijden we over de sneeuw. Dit is geen probleem totdat we bij een van de eerste grotere hellingen moeten stoppen omdat er een auto voor ons stilstaat.
Als de weg weer vrij is lukt het de chauffeur echter niet om grip te krijgen op het gladde wegdek. De auto komt niet vooruit / omhoog. Terwijl de drie mannen uit de auto springen, zet ik mijn muts op en doe mijn handschoenen aan en loop een stukje over de weg. Het landschap is adembenemend: in het dal bevroren rijstvelden en palmachtige planten bedekt door sneeuw. Inmiddels heeft één van de mannen onder de sneeuw in de berm een stapel stro gevonden (waarschijnlijk rijststengels) en ze leggen die onder de voorwielen van de auto. Uiteindelijk lukt het de chauffeur om zo grip op het wegdek te krijgen en vaart te maken. De auto rijdt de helling verder op en wij lopen er achteraan. Echter na de eerste top volgt een kleine afdaling en dan weer een helling. Weer komt de auto tot stilstand.

Het is altijd handig om wat stro bij de hand te hebben
Het is altijd handig om wat stro bij de hand te hebben

Nu hebben we helaas geen stro bij de hand maar we staan naast een bergwand met losliggend grint. Dit gooien we met de hand op het wegdek. Al snel komen uit een huisje verderop mannen met scheppen aanlopen. Zij helpen ons met het op de weg scheppen van het grind. Weer lukt het om zo verder te komen en ditmaal bereiken we de hoogste top van die dag: de auto met chauffeur en wij lopend er achteraan.
Vanaf nu moet het beter gaan omdat we niet meer hoeven te stijgen. Langzaam rijden we verder en gaan door een bocht naar beneden. Voor ons in het dal zien we een vrachtwagen met pech midden op de weg staan.
De chauffeur gaat al remmend naar beneden maar ook nu krijgt geen grip. De mannen van de vrachtwagen komen met stenen omhoog lopen terwijl dorpelingen met hun armen zwaaien dat we moeten stoppen. Maar ja, dat valt dus niet mee.
De chauffeur roept dat mijn twee reisgenoten uit de auto moeten springen terwijl de auto langzaam naar beneden glijdt. Het gaat allemaal niet hard maar we staan nog steeds niet stil. Maar met behulp van de stenen voor de voorwielen en het mindere gewicht van de auto komen we tien meter voor de vrachtwagen tot stilstand. Gelukkig, maar wat nu? Zo'n vrachtwagen repareren dat kan nog een hele tijd duren en hij staat zo op de weg dat alleen brommers kunnen passeren.
Teruggaan is, gezien de problemen met het gladde wegdek die we hebben gehad, ook geen optie. Gelukkig krijgt de chauffeur na tien minuten zijn vrachtwagen weer aan de praat.
Ondertussen hebben mijn reisgenoten hem ervan weten te overtuigen dat de vrachtwagen achteruit moet naar een plek waar wij kunnen passeren. Dat dit pas een kilometer later is, wisten we toen nog niet maar de vrachtwagenchauffeur rijdt zijn vrachtwagen keurig achteruit het dal in.
Later krijg ik te horen dat de twee mannen van de vrachtwagen afkomstig zijn uit een provincie waar het vaker sneeuwt dan hier. Dat verklaart waarom ze zou kundig de vrachtauto over de weg terugreden.

Daar kunnen wij dus niet langs
Daar kunnen wij dus niet langs

Ik wacht wijselijk even totdat onze auto beneden in het dal is, waarna we op een breed stuk weg druk zwaaiend de vrachtwagen passeren. De mannen van de vrachtwagen zitten met een brede glimlach in hun cabine en zwaaien driftig terug. Ik had niet verwacht dat ze deze manoeuvre, die hun toch extra tijd en moeite kost, zo goedgemutst zouden uitvoeren.
De beroemde karst bergen van Zhangjiajie in de sneeuw
De beroemde karst bergen van Zhangjiajie in de sneeuw
Uiteindelijk komen we zonder verdere problemen bij de ingang van het park. Ik krijg de verzekering dat we terug een andere weg nemen want ik zie het niet gebeuren dat we straks met de invallende vorst ooit nog een keer die bergen over komen. In het park is het erg rustig, er ligt een mooi pak sneeuw. We gaan met een kabelbaan naar boven en zo'n 60 meter boven een afgrond hangend bedenk ik me ineens dat het wellicht niet zo handig is om met dit weer met een kabelbaan te gaan. Rijp en ijspegels hangen aan de kabel waaraan onze cabine hangt en het is vandaag pas de tweede rit naar boven.
Gelukkig komen we veilig boven aan en daar doen we ons standaard rondje met mooie uitzichten op het karstgebergte. Het uitzicht is fenomenaal al is het zicht door de mist beperkt. Op de bomen ligt een mooi laagje sneeuw en we stappen door nog niet eerder betreden sneeuw. Normaal loop je hier met hordes Koreanen maar nu zijn we met vier anderen de enigen. Dit, samen met de geluidempende sneeuw, maakt dat er een serene rust heerst.

Om vijf uur moeten we terug zijn bij de kabelbaan om naar beneden te gaan. Echter daar blijkt dat de man beneden half zes in zijn hoofd heeft zitten en niet op zijn plek zit. Ondanks verwoede pogingen van zijn collega boven om contact met hem te krijgen via de radio komt er pas om tien voor half zes een teken van leven van beneden en komt de kabelbaan weer tot leven. Inmiddels ben ik ondanks alle voorzorgsmaatregelen tot op het bot koud, net als mijn reisgenoten. Veilig beneden aangekomen kijk ik nog één keer naar boven naar de nu snel donker wordende bergen: dit was echt een superervaring!
Gelukkig staat onze fantastische chauffeur met een verwarmde auto bij de uitgang van de kabelbaan. We nemen de vier andere bezoekers met ons mee naar de uitgang van het park. Ook zij zijn blij dat zij zich even kunnen opwarmen. Dat ze compleet in de kreuk achterin moeten zitten is geen probleem. Ik zit heerlijk voorin naast de chauffeur, want dat is in de provincie de plek voor de grote chef.

De terugreis naar de stad verloopt voorspoedig. De weg is redelijk schoon en goed begaanbaar. Tot het punt waarop de brug ligt die eruit ligt voor onderhoud. Daar draaien we een smalle landweg op die modderig is maar wonderbaarlijk sneeuwvrij is.
Al snel zie ik waarom: een groep mannen met bezems en scheppen staat midden op de weg. Zij houden elke auto aan en vragen geld als vergoeding voor het sneeuwvrij maken. Wij betalen de gevraagde 10 RMB, ze hebben immers prima werk geleverd. De weg is smal waardoor we flink de randen van de weg/berm moeten opzoeken om tegenliggers te passeren. Dat is toch een beetje eng omdat we door de naast de weg opeengeveegde sneeuw moeten en niet kunnen beoordelen of er nog vaste grond onder zit of dat de sneeuw op de op de helling staande struiken ligt en we dus grote kans hebben dat we van de kant afglijden. Maar het gaat allemaal goed en we rijden nu door de kleine agrarische dorpjes en de rijstvelden.

Al snel worden we weer tot stoppen gemaand. Nu door een groep dorpelingen met stokken in hun hand. De gemiddelde leeftijd van de mensen ligt zeker rond de 70 en hun gezichten staan niet vrolijk. Ook zij eisen geld voor de doorgang. Er zit niet anders op dan ook hen 10 RMB te geven en ik moet zeggen dat ik de ondernemergeest van de dorpsoudste bewonder. Ik denk dat ze nu per dag meer ophalen dan een dag werken op het land in de zomer. En tja, gezien de bevroren ondergrond hebben ze nu ook niets te zoeken op het land en dan is dit een goede alternatieve inkomstenbron. In de auto gein ik wat met mijn medereizigers dat ik nu echt kennis heb gemaakt met de roversbendes waarvoor Hunan berucht is.

Uiteindelijk komen we veilig weer terug in de stad waar we met elkaar dineren. Rond 19.30 uur brengt het hele gezelschap me naar het vliegveld. Ik krijg zoals altijd een fantastisch afscheid met dit keer zelfs voor Chinezen ongebruikelijke taferelen: we omhelzen elkaar ten afscheid. Een beetje weemoedig omdat het project erop zit maar ook omdat we ondanks de omstandigheden een goede vergadering hebben gehad.
Ik ben blij wanneer ik die avond rond 1.00 uur veilig in Peking mijn bedje in stap. Niet wetende dat de dag erna ook het vliegveld in Peking door de sneeuwval tijdelijk dicht zou gaan. Maar uiteindelijk viel voor Peking het winterweer erg mee.

Voor de mensen in Hunan was deze week slechts het begin: de provincie was vier weken lang het middelpunt van grote problemen veroorzaakt door het extreme winterweer. Vaak heb ik moeten terugdenken aan de mensen in Zhangjiajie: hoe zouden ze het hebben volgehouden? Een paar dagen kou en sneeuw is tot daaraantoe maar geconfronteerd worden met slinkende voedsel- en kolenvoorraden is toch echt andere kost.